NRC: “Zoals eerder in opnamen van de vijf Beethoven-concerten vormde de pianist ook nu een volmaakte twee-eenheid met dirigent Jan Willem de Vriend. Het operateske karakter van de muziek bloeide op in de dialogen tussen solist en orkest. Minnaar liet zijn vleugel zingen en spreken alsof er een onzichtbaar libretto onder de partituur lag: elke frase was verstaanbaar, geen noot ging verloren. […] Het bezonken spel van Minnaar leek bij tijd en wijle op een nachtelijk gebed, waarna in het slotrondo een nieuwe dag uitbarstte.

[…]  Met name in het tweede – bijna filmische – deel liet De Vriend het Orquestra Sinfònica de Barcelona klimmen en dalen als bij een bergwandeling. De hoorns en trombones stegen helder boven de warme strijkers uit. De musici wierpen zich met Catalaanse hartstocht op hun eerste vertolking van de Negende. Dirigent Jan Willem de Vriend […] wendde al zijn krachten aan om het orkestrale ‘beest’ te temmen. Het mondde uit in een fascinerende dans van stier en torero, met de muziek als grote winnaar.”  (Joost Galema, 30-7-2018)